logotype

image1 image2 image3 image4 image5 image6 image7 image8 image9 image10 image11 image12 image13 image14 image15 image16 image17 image18 image19 image20 image21 image22 image23 image24 image25 image26 image27 image28 image29 image30

De strijd in jezelf over voeding!

Je kan er maar last van hebben. Elke keer als je moet eten, zal ik wel, zal ik niet. Wat mag ik wel, wat mag ik niet. Ga ik slagen of ga ik weer falen...

 

 

Hoe het begon

Ik was nog jong, denk een jaar of 16 en omdat vriendinnen van mij met lijnen begonnen, begon ik ook maar. Steeds minder eten, geen koekje of snoepje meer. Als ik in de spiegel keek zag ik een dik, lelijk meisje. Maar wat ik nu weet, was dat niet zo! O had ik dat toen maar geweten wat had een hoop ellende was me dan bespaard gebleven.

 

 

Ik had het ook altijd koud en stond dan truien te breien tegen de verwarming aan op mijn kamer. Zonderde me ook vaker af. Op een dag moesten de mouwen aan mijn trui gemaakt worden. Ik vroeg mijn moeder hoe ik dat het beste kon doen. En zij schrok zo van mijn inimini bovenarmen, die waren zo dun. Maar de rest was het ook. Ik woog nog maar 43 kilo.

 

 

Ondertussen was ik een jaar of 18 en werkte in de horeca. Ik at minimaal en werkte heel hard. En uit het werk fietste ik naar huis om snel aan tafel te schuiven al bibberend van de honger. Ook toen mocht ik van mezelf maar weinig eten. De strijd in mijn hoofd was allang aan de gang.

 

 

 

En toen kon ik niet meer

Op een avond was ik met een vriendin carnaval aan het vieren in Elst, een lol dat we hadden en het was erg leuk. Ik leerde een mooie half Italiaanse jongen kende en zoende daarmee. Maar toen knapte er tegelijk iets in me. Ik kon niet meer....ik was op....dus ik ging naar de auto en mijn vriendin ging mee. Ik vertelde haar alles, hoe het was om niet meer te kunnen/willen eten en hoe ik er elke minuut mee bezig was. Ik had lol maar tegelijkertijd dacht ik aan eten, de strijd. Het welles/nietes spelletje in mijn hoofd.

 

 

Zij vertelde me dat haar moeder bij een paranormale vrouw kwam en zij zou met mij meegaan en mijn ouders het hele verhaal vertellen. Als steun. Dat was fijn, opluchting ging door me heen. Ik hoefde het niet meer alleen te doen.

 

 

Mijn vader wist de dag dat haar moeder naar die bewuste dame ging. En die dag at ik voor het eerst weer een koekje. Dus hij nam me mee naar deze dame. Ik ging steeds meer eten en begon ook aan te komen. Heel wat behandelingen gehad. En toen gebeurde het volgende: ik begon meer en meer te eten en was op een gegeven moment 68 kilo. Ik voelde me dik en fatsig en was gewoon opgeblazen. Hield vocht vast en was me niet bewust dat ik toen het tegenovergestelde had van anorexia. Boulimia dus. Wederom strijd in mezelf. Een vriendin die alleen woonde zei een keer: Wat jij in een avond kan eten, dat eet ik nog niet in een week. Zoveel snoep ging er dan in.

 

 

Mijn moeder die me hielp om weer te lijnen, maar ik die het snoep op mijn kamer verstopte en daar weer ging snoepen.

 

Dit ging met ups and downs.

 

 

 

Verhuizen en weg willen van de realiteit

 

Ik ging verhuizen naar Rome, daar voelde ik alsof ik opnieuw kon starten. Niemand wist immers van mijn probleem. Ik kon het goed verbergen en at wel gezond maar ook vaak niet. Op een gegeven moment moest ik mijn ticket kopen om op vakantie te komen in Nederland. Geld had ik niet. Ik woonde bij een vriendin in en werkte hard, maar veel geld hadden we niet. Het ticket geld ging eraf en ik kon 1 ijsje of 1 broodje per dag kopen. De kilo’s vlogen eraf en ik was weer mooi slank. Ik dacht, ik wil nooit meer dik worden.

 

 

Toen ging ik samenwonen en de ellende begon weer. Kreeg meer last van het eten en ging toen ook de vinger in de keel steken. Tja dat leerde ik toen. Weer een probleem erbij. Als ik dan eens mocht snoepen en ik was alleen, dan ging de vinger erin! Ellende is dat zeg.

 

 

Terug in Nederland

Terug in Nederland werd het probleem erger en erger. At hele dag niks, na het werk kocht ik voor 50 gulden snoep en laxeerthee en laxeer pillen. Ging naar huis, at me vol, hele doos laxeerthee dronk ik op en de doos met laxeerpillen ging naar binnen. En vinger ging alleen na het ijs naar binnen. Volgende dag fietste ik naar het werk en kon dan net de wc halen of alles kwam eruit. Dat ging zo bijna dagelijks. Ik werd er gek van.

 

Ik vroeg om hulp en kwam in een kliniek terecht. Daar moest ik mijn levensverhaal schrijven en probeerde ze mij te helpen. Maar ook daar wist ik de boel te omzeilen en kende ik ook net mijn aanstaande man. Op een morgen zaten we in een groepssessie dat was bijna 6 maanden later. Daar kreeg een meisje de doorbraak van haar probleem. En toen dacht ik: Wat heb ik nu voor een probleem, dat van haar is veel belangrijker, ik verdoe hier mijn tijd. Dus ik zorgde dat ik ‘beter’ verklaard werd.

 

 

Ik trouwde en de eerste drie jaar was voor mijn man ook wel zwaar. Wat een ellende, dan kon hij op de fiets vaak in de avond of midden in de nacht naar de benzinepomp om toch nog ijs of chocola te halen. Om mij maar tevreden te houden. En daarna had ik weer spijt en dan was daar weer ellende van.

 

 

Onzekerder werd ik en voelde me nooit mooi. Ik dacht elke keer: morgen gaat het beter, over een maand ben ik weer de oude. Als ik dit...als ik dat....

 

 

De vinger ging niet meer in de keel want ik had controle van mijn man. Dat was al goed. Langzaam aan met zijn hulp ging het beter. Na 3 jaar was ik stabiel....

 

 

Hij wist ook hoe hij ermee om moest gaan en ik kon het ook steeds beter. Het ging eindelijk beter. In de kliniek vertelde ze wel dat dit de moeilijkste verslaving was/is. Want als je drank, drugs, sigaretten verslaving hebt en je komt er niet meer aan, kom je minder in de verleiding. Eten moet je 3x per dag, dus kom je 3x per dag in de verleiding. HOE WAAR IS DAT!

 

 

 

Dwanggedachtes

 

Niet alleen elke keer moeten eten maar de dwanggedachtes in je hoofd die maken het moeilijk. Dit verschilt per dag. Soms heb ik er dagen geen last van. Maar soms gaat het weken aan een stuk elke dag door. Dan moet je je dwanggedachtes in je hoofd afmaken omdat het je anders niet zal lukken om niet weer te falen! Wat een onzin, wat een gedoe. Het maakt me moe, verdrietig en bang. Kom ik hier ooit vanaf?

 

 

Ik red het wel, maar soms, gaat het flink mis en snoep ik en heel heel soms gaat die vinger weer in de keel. Dat wil ik niet. Eet ik ijs, dan hoef ik de vinger niet in de keel te steken, dan kan ik zo mijn hoofd voorover hangen en komt het vanzelf eruit. Dit is duidelijk het pavlov-effect, omdat ik altijd na ijs de vinger in de keel stak. Ik blijf ijs lekker vinden maar wil dan niet dat ijs daarna eruit gooien maar het komt wel altijd omhoog en dat is niet fijn!

 

 

Na mijn scheiding moest ik het weer alleen doen. Dat gaat goed, ik heb het redelijk onder controle maar er zijn ook nu dagen dat het mis gaat. Dan baal ik, dan wil ik niet meer en kan dan niet meer. Maar denk dan wel: Ok dat was weer zo’n dag, morgen weer een nieuwe dag.

 

 

 

Steeds minder

 

Ik heb wel steeds minder dat ik denk: Over een maand, zie ik er beter uit. Als ik een maand lijn dan ben ik mooier. Als ik een maand lijn dan kan ik dat weer aan. Als ik een maand lijn dan mag ik weer leven. Als ik dat bereikt heb dan is het goed. Nee ik probeer nu steeds te genieten, weten dat ik er goed uit zie. Probeer ook minder te dwangen.

 

 

Met vallen en opstaan lukt het me wel. Ook vind ik het niet fijn om erover te horen, te praten want dan gaat het ook vaker weer mis.

 

 

Waarom schrijf ik dit verhaal, zonder in detail te gaan? Omdat ik het zat ben. Vandaag ging het weer eens mis en baal ik weer. En nu dacht ik: Ik schrijf het verhaal op. Tweede Kerstdag 26 december 2015. Laat dit nu de laatste dag zijn dat dit me gebeurt.

 

 

Laat ik nu eens denken: 27 december 2015 na al die jaren, is de dag voor het nieuwe begin. Ik heb een methode gevonden die mij goed helpt. En dat is de intermittent fasting, in 5 uur op een dag mogen eten. Laat ik dat weer goed doorzetten. Dan gaat het goed, voel me minder moe, dwang minder en kan meer aan!

 

 

Hopen op

 

Het feit dat de strijd nu echt over gaat. Dat elke dag dat ik het volhou het beter gaat. Ik gewoon niet meer moet smokkelen want ookal denk ik dan: de volgende dag gaat het weer goed. Het gaat goed maar toch blijft er een stukje in mijn hoofd in mijn lijf waardoor het niet goed gaat.

 

 

De intense strijd, moeheid, pijn en verdriet ....dat moet nu over zijn!

 

Mijn strijd is over!